Bøyelsen av det nederlandske verbet aan de kant gaan staan

Lurer du på hvordan du bøyer det nederlandske verbet aan de kant gaan staan? Finn ut hvordan du bøyer aan de kant gaan staan i alle sine former med vårt verktøy for verbbøying.

Infinitiv: aan de kant gaan staan
Present participle: aan de kant gaan staand
Partisipp: aange de kant gaan staan


Presens
ik de kant gaan sta aan
jij/u (je)de kant gaan staat aan
hij/zij/Hetde kant gaan staat aan
wij (we)de kant gaan staan aan
julliede kant gaan staan aan
zij (ze)de kant gaan staan aan
Perfektum
ikheb aange de kant gaan staan
jij/u (je)hebt aange de kant gaan staan
hij/zij/Hetheeft aange de kant gaan staan
wij (we)hebben aange de kant gaan staan
julliehebben aange de kant gaan staan
zij (ze)hebben aange de kant gaan staan
Past
ik de kant gaan stond aan
jij/u (je) de kant gaan stond aan
hij/zij/Het de kant gaan stond aan
wij (we) de kant gaan stonden aan
jullie de kant gaan stonden aan
zij (ze) de kant gaan stonden aan
Past perfect
ikhad aange de kant gaan staan
jij/u (je)had aange de kant gaan staan
hij/zij/Hethad aange de kant gaan staan
wij (we)hadden aange de kant gaan staan
julliehadden aange de kant gaan staan
zij (ze)hadden aange de kant gaan staan
Presens futurum
ikzal aan de kant gaan staan
jij/u (je)zult aan de kant gaan staan
hij/zij/Hetzal aan de kant gaan staan
wij (we)zullen aan de kant gaan staan
julliezullen aan de kant gaan staan
zij (ze)zullen aan de kant gaan staan
Presens futurum perfektum
ikzal aange de kant gaan staan hebben
jij/u (je)zult aange de kant gaan staan hebben
hij/zij/Hetzal aange de kant gaan staan hebben
wij (we)zullen aange de kant gaan staan hebben
julliezullen aange de kant gaan staan hebben
zij (ze)zullen aange de kant gaan staan hebben
Kondisjonalis

Preteritum
ikzou aan de kant gaan staan
jij/u (je)zou aan de kant gaan staan
hij/zij/Hetzou aan de kant gaan staan
wij (we)zouden aan de kant gaan staan
julliezouden aan de kant gaan staan
zij (ze)zouden aan de kant gaan staan
Presens perfektum
ikzou aange de kant gaan staan hebben
jij/u (je)zou aange de kant gaan staan hebben
hij/zij/Hetzou aange de kant gaan staan hebben
wij (we)zouden aange de kant gaan staan hebben
julliezouden aange de kant gaan staan hebben
zij (ze)zouden aange de kant gaan staan hebben
Imperativ

Bekreftende
jij/u (je) de kant gaan sta aan

Siden er hashtagget med

# nederlandsk aan de kant gaan staan regelrette uregelrette regelmessige uregelmessige verb bøye verbbøyer konjugasjon kondisjonalis bekreftende futurum gerundium imperativ indikativ infinitiv kondisjonalis nektende partisipp perfektum presens normert unormert
Tilbake til Nederlandsk verb