Bøyelsen av det nederlandske verbet aan de gang brengen

Lurer du på hvordan du bøyer det nederlandske verbet aan de gang brengen? Finn ut hvordan du bøyer aan de gang brengen i alle sine former med vårt verktøy for verbbøying.

Infinitiv: aan de gang brengen
Present participle: aan de gang brengend
Partisipp: aange de gang brengd


Presens
ikde gang breng aan
jij/u (je)de gang brengt aan
hij/zij/Hetde gang brengt aan
wij (we)de gang brengen aan
julliede gang brengen aan
zij (ze)de gang brengen aan
Perfektum
ikheb aange de gang brengd
jij/u (je)hebt aange de gang brengd
hij/zij/Hetheeft aange de gang brengd
wij (we)hebben aange de gang brengd
julliehebben aange de gang brengd
zij (ze)hebben aange de gang brengd
Past
ikde gang brengde aan
jij/u (je)de gang brengde aan
hij/zij/Hetde gang brengde aan
wij (we)de gang brengden aan
julliede gang brengden aan
zij (ze)de gang brengden aan
Past perfect
ikhad aange de gang brengd
jij/u (je)had aange de gang brengd
hij/zij/Hethad aange de gang brengd
wij (we)hadden aange de gang brengd
julliehadden aange de gang brengd
zij (ze)hadden aange de gang brengd
Presens futurum
ikzal aan de gang brengen
jij/u (je)zult aan de gang brengen
hij/zij/Hetzal aan de gang brengen
wij (we)zullen aan de gang brengen
julliezullen aan de gang brengen
zij (ze)zullen aan de gang brengen
Presens futurum perfektum
ikzal aange de gang brengd hebben
jij/u (je)zult aange de gang brengd hebben
hij/zij/Hetzal aange de gang brengd hebben
wij (we)zullen aange de gang brengd hebben
julliezullen aange de gang brengd hebben
zij (ze)zullen aange de gang brengd hebben
Kondisjonalis

Preteritum
ikzou aan de gang brengen
jij/u (je)zou aan de gang brengen
hij/zij/Hetzou aan de gang brengen
wij (we)zouden aan de gang brengen
julliezouden aan de gang brengen
zij (ze)zouden aan de gang brengen
Presens perfektum
ikzou aange de gang brengd hebben
jij/u (je)zou aange de gang brengd hebben
hij/zij/Hetzou aange de gang brengd hebben
wij (we)zouden aange de gang brengd hebben
julliezouden aange de gang brengd hebben
zij (ze)zouden aange de gang brengd hebben
Imperativ

Bekreftende
jij/u (je)de gang breng aan

Siden er hashtagget med

# nederlandsk aan de gang brengen regelrette uregelrette regelmessige uregelmessige verb bøye verbbøyer konjugasjon kondisjonalis bekreftende futurum gerundium imperativ indikativ infinitiv kondisjonalis nektende partisipp perfektum presens normert unormert
Tilbake til Nederlandsk verb