Bøyelsen av det nederlandske verbet aan de dijk zetten

Lurer du på hvordan du bøyer det nederlandske verbet aan de dijk zetten? Finn ut hvordan du bøyer aan de dijk zetten i alle sine former med vårt verktøy for verbbøying.

Infinitiv: aan de dijk zetten
Present participle: aan de dijk zettend
Partisipp: aange de dijk zet


Presens
ik de dijk zet aan
jij/u (je) de dijk zet aan
hij/zij/Het de dijk zet aan
wij (we)de dijk zetten aan
julliede dijk zetten aan
zij (ze)de dijk zetten aan
Perfektum
ikheb aange de dijk zet
jij/u (je)hebt aange de dijk zet
hij/zij/Hetheeft aange de dijk zet
wij (we)hebben aange de dijk zet
julliehebben aange de dijk zet
zij (ze)hebben aange de dijk zet
Past
ik de dijk zette aan
jij/u (je) de dijk zette aan
hij/zij/Het de dijk zette aan
wij (we) de dijk zetten aan
jullie de dijk zetten aan
zij (ze) de dijk zetten aan
Past perfect
ikhad aange de dijk zet
jij/u (je)had aange de dijk zet
hij/zij/Hethad aange de dijk zet
wij (we)hadden aange de dijk zet
julliehadden aange de dijk zet
zij (ze)hadden aange de dijk zet
Presens futurum
ikzal aan de dijk zetten
jij/u (je)zult aan de dijk zetten
hij/zij/Hetzal aan de dijk zetten
wij (we)zullen aan de dijk zetten
julliezullen aan de dijk zetten
zij (ze)zullen aan de dijk zetten
Presens futurum perfektum
ikzal aange de dijk zet hebben
jij/u (je)zult aange de dijk zet hebben
hij/zij/Hetzal aange de dijk zet hebben
wij (we)zullen aange de dijk zet hebben
julliezullen aange de dijk zet hebben
zij (ze)zullen aange de dijk zet hebben
Kondisjonalis

Preteritum
ikzou aan de dijk zetten
jij/u (je)zou aan de dijk zetten
hij/zij/Hetzou aan de dijk zetten
wij (we)zouden aan de dijk zetten
julliezouden aan de dijk zetten
zij (ze)zouden aan de dijk zetten
Presens perfektum
ikzou aange de dijk zet hebben
jij/u (je)zou aange de dijk zet hebben
hij/zij/Hetzou aange de dijk zet hebben
wij (we)zouden aange de dijk zet hebben
julliezouden aange de dijk zet hebben
zij (ze)zouden aange de dijk zet hebben
Imperativ

Bekreftende
jij/u (je) de dijk zet aan

Siden er hashtagget med

# nederlandsk aan de dijk zetten regelrette uregelrette regelmessige uregelmessige verb bøye verbbøyer konjugasjon kondisjonalis bekreftende futurum gerundium imperativ indikativ infinitiv kondisjonalis nektende partisipp perfektum presens normert unormert
Tilbake til Nederlandsk verb