Bøyelsen av det nederlandske verbet aan banden leggen

Lurer du på hvordan du bøyer det nederlandske verbet aan banden leggen? Finn ut hvordan du bøyer aan banden leggen i alle sine former med vårt verktøy for verbbøying.

Infinitiv: aan banden leggen
Present participle: aan banden leggend
Partisipp: aange banden legd


Presens
ik banden leg aan
jij/u (je) banden legt aan
hij/zij/Het banden legt aan
wij (we)banden leggen aan
julliebanden leggen aan
zij (ze)banden leggen aan
Perfektum
ikheb aange banden legd
jij/u (je)hebt aange banden legd
hij/zij/Hetheeft aange banden legd
wij (we)hebben aange banden legd
julliehebben aange banden legd
zij (ze)hebben aange banden legd
Past
ik banden legde aan
jij/u (je) banden legde aan
hij/zij/Het banden legde aan
wij (we) banden legden aan
jullie banden legden aan
zij (ze) banden legden aan
Past perfect
ikhad aange banden legd
jij/u (je)had aange banden legd
hij/zij/Hethad aange banden legd
wij (we)hadden aange banden legd
julliehadden aange banden legd
zij (ze)hadden aange banden legd
Presens futurum
ikzal aan banden leggen
jij/u (je)zult aan banden leggen
hij/zij/Hetzal aan banden leggen
wij (we)zullen aan banden leggen
julliezullen aan banden leggen
zij (ze)zullen aan banden leggen
Presens futurum perfektum
ikzal aange banden legd hebben
jij/u (je)zult aange banden legd hebben
hij/zij/Hetzal aange banden legd hebben
wij (we)zullen aange banden legd hebben
julliezullen aange banden legd hebben
zij (ze)zullen aange banden legd hebben
Kondisjonalis

Preteritum
ikzou aan banden leggen
jij/u (je)zou aan banden leggen
hij/zij/Hetzou aan banden leggen
wij (we)zouden aan banden leggen
julliezouden aan banden leggen
zij (ze)zouden aan banden leggen
Presens perfektum
ikzou aange banden legd hebben
jij/u (je)zou aange banden legd hebben
hij/zij/Hetzou aange banden legd hebben
wij (we)zouden aange banden legd hebben
julliezouden aange banden legd hebben
zij (ze)zouden aange banden legd hebben
Imperativ

Bekreftende
jij/u (je) banden leg aan

Siden er hashtagget med

# nederlandsk aan banden leggen regelrette uregelrette regelmessige uregelmessige verb bøye verbbøyer konjugasjon kondisjonalis bekreftende futurum gerundium imperativ indikativ infinitiv kondisjonalis nektende partisipp perfektum presens normert unormert
Tilbake til Nederlandsk verb